Marathon Reglement Benelux QRP Club

vastgesteld op 21 september 2003.
Aangepast op 5 oktober 2007.

1. doel
Het bevorderen van de activiteit der leden van de Benelux QRP Club. Opdat zij zich niet alleen beperken tot het ontwikkelen en bouwen van nieuwe schakelingen of antennes, maar deze ook daadwerkelijk gebruiken tijdens de QSO’s op de amateur-banden. Met de achterliggende gedachte, op deze wijze bekendheid te geven aan het bestaan van de Benelux QRP Club.

2. qso
Een QSO is een radioverbinding tussen twee stations waarbij minimaal de stationsregistratie en het sterkterapport van de signalen wordt uitgewisseld via deze verbinding. De geclaimde QSO’s moeten spontane radioverbindingen zijn. Dus geen “QRO/QRP-QSO” waarbij het uitgangsvermogen zolang wordt gereduceerd tot de verbinding nog net mogelijk is.

3. banden
Alle amateurbanden, volgens de IARU-toewijzing, mogen worden gebruikt; echter wel binnen de grenzen van de door het Agentschap Telecom (Ministerie van Economische Zaken) verstrekte vergunning. De 6m-band (50 MHz) ook tot de HF gerekend.

4. deelname
Elke amateur, zowel zend- als luisteramateur, kan deelnemen aan de marathon van de BQC, echter binnen het kader van de verstrekte vergunning. Voor zendamateurs is de enige limiet het gebruikte uitgangsvermogen van de zender. Men doet dus mee op alle toegestane banden met alleen op de VHF/UHF een telling voor prefixen, landen en locatorvakken op frequenties vanaf 144 MHz en hoger. Men kan uiteraard ook meedoen in de HF-, VHF/UHF- of HF/VHF/UHF-klasse.

5. prefix en landen
Voor de HF-klasse wordt de prefix- en landenlijst volgens de ARRL DXCC Country List gehanteerd met enkele algemeen aanvaarde uitzonderingen (volgens de WAE-lijst) zoals: GM = Shettland Islands en IT = Sicilië. Voor de VHF/UHF-klasse geldt dezelfde lijst als voor HF-banden echter tellen hier ook de locatorvakken (bijvoorbeeld: JO21) als extra multiplier. Elke prefix, land of locatorvak wordt slechts één keer per band gedurende de marathonperiode geteld, voor uitzonderingen zie [1].

Bij reciproque machtigingen het volgende:

  • EA3XYZ/PA = PA0
  • SM5/PA0ATG = SM5
  • F/PA3BDK = FØ
  • OH7XTR/2 = OH2
  • S53AL = S53
  • 8S7ATG = 8S7 etc.

De toevoegingen /M, /MM, /P, /A en /AM hebben geen betekenis of waarde als speciale prefix.

6. log
Gebruik voor elke frequentieband een apart logblad en zet deze frequentieband duidelijk, met je call en datum, boven aan het logblad.

De loglijsten die worden ingezonden ter deelname aan de Marathon als volgt indelen:

  • De te claimen, gewerkte of gehoorde call’s (geen prefix) alfabetisch.
  • Achter de call de prefix van het bewuste land indien dit als NIEUW land wordt geclaimd.
  • Voor de VHF/UHF-amateurs vervolgens het locatorvak (éénmaal als deze nieuw is).
  • Dan de gebruikte mode, het uitgangsvermogen en de gebruikte antenne of antennewinst in dB.
  • Als een station of prefix voor de tweede maal wordt gewerkt met een lager uitgangsvermogen dan kan deze prefix nogmaals worden geclaimd. Wel duidelijk aangeven bij de call wat het gebruikte uitgangsvermogen en de antenne was van dat QSO.
  • Indien tijdens de Marathon gebruik wordt gemaakt van verschillende antennes en/of uitgangsvermogens dient aangegeven te worden voor welk deel van de logs deze gegevens gelden.
  • Verder de logs voorzien van deelnemers-call en/of naam en de periodedatum.
  • Vervolgens de loglijst ondertekenen voor ‘fair play’ en opsturen naar PAØATG.

Voorbeeld van een log

CALL INZENDER:   PA3BQC (klasse HF)

Call
(volledig)
Landen
prefix
Locator-
vak
Correctie
QSO
Pwr
(W)
Mode Antenne QSO punten
1 / (Pwr x Ant. factor)
Type Winst
PA0ATG PA 5 cw gpa 0 dB 4
ON4KAR ON 0,5 cw lwa 0 dB 6
PA3FSC 1 cw dip 0 dB 6
PA9RZ 0,1 ssb inv 0 dB 8
Totaal       2      +      0    landenpunten 24

Score:     2 landenpunten  x  24 QSO-punten = 48 totaalpunten.

Call
De call volledig opgeven i.v.m. mogelijk verborgen DXCC-landen, bijvoorbeeld UA2F, EA6 of EA8. Liefst alfabetisch gerangschikt.

Land
Indien je het land weet hier éénmaal, tijdens de eerste claim, invullen.

Locatorvak
Voor VHF/UHF-klasse: alleen het grootvak invullen, dus bijvoorbeeld JO21, en net als bij de landen alleen bij de eerste keer.

Mode
CW of SSB (FM voor VHF/UHF).

Correctie QSO [1]
Als een QSO voor de tweede keer in een lagere vermogensklasse gewerkt wordt dan mag dit QSO nogmaals geclaimd worden met opgave van het vermogen en/of antennesysteem. Het puntenverschil wordt dan verrekend.

Pwr [2]
Hier het tijdens het QSO gebruikte uitgangsvermogen vermelden in W (watt), mW (milliwatt) of µW (microwatt). Let op: slechts twee decimalen achter de komma en duidelijk aangeven wat bedoeld wordt.

Ant [2]
Het voor de verbinding toegepaste antennesysteem met de antennewinst in dB van dit systeem (zie de specificatie van de fabrikant).

  • LWA = long-wire antenne
  • GPA = ground-plane antenne
  • VER = verticale antenne
  • DIP = draaddipool antenne
  • INV = inverted V-dipool
  • 2EQ = twee elements quad antenne
  • 1EB = één elements roterende beam
  • 2EB/3EB = hetzelfde met meer elementen

Gebruik je een andere afkorting, die niet in dit lijstje staat, vermeld die dan onderaan de pagina die je instuurt. Voor de klasse VHF/UHF-deelnemers moet ook nog de antennehoogte vermeld worden. Hiermee wordt, samen met de antennewinst en het uitgangsvermogen, de QSO-waarde bepaald.

QSO punten
Als je er de tijd voor hebt worden hier de QSO-punten vermeld welke uit de voorgaande gegevens berekend kunnen worden. Voor de HF-deelnemers geldt Tabel 1 en voor de VHF/UHF-deelnemers Tabel 1 én 2 (zie ook ‘Telling’). Als je er geen tijd voor hebt dan vul je niets in, de computer doet dat dan wel. Schrijf in elk geval duidelijk leesbaar!

Kopie bewaren
Het log in Excel (of Cabrillo) insturen. Als je een tekstverwerker gebruikt om het log op te stellen zorg er dan voor dat het logblad volledig is ingevuld, inclusief QSO-punten en totaaltelling. Voor de contesters onder de marathondeelnemers mag het log ook als “Cabrillo-type log” ingestuurd worden.
Bovenstaand log kan uitstekend in Excel worden opgezet, verstuurd en verwerkt. Bewaar een kopie van dit log, voor de volgende inzending, je weet dan wat je eerder reeds geclaimd hebt. Stuur in elk geval regelmatig in en houdt de periode in de gaten en de looptijd van de Marathon. Stuur geen aanvullingen maar telkens de gehele lijst opnieuw.
Het doel is immers laten zien dat er activiteit is en dat we regelmatig op de banden te werken of te horen zijn. Dat we geen slapende leden zijn is te merken aan de Nieuwsbrief, laat dat dus ook merken door de bandbezetting anders hebben we straks geen frequentie meer over om onze bouwsels uit te proberen.

Klasse
Geef duidelijk aan in welke klasse je wilt worden ingedeeld: HF óf VHF/UHF. Deelnemers in de klasse VHF/UHF mogen immers de locatorvakken meetellen en dat is voor de klasse HF niet toegestaan.

7. uitgangsvermogen (Pwr)
Het uitgangsvermogen is het afgegeven vermogen van de eindtrap in Watt of het opgenomen vermogen van de eindtrap gedeeld door twee. Voor amplitudemodulatie (AM) geldt: het uitgangsvermogen gedeeld door vier. De maximumgrenzen voor het uitgangsvermogen zijn:

PA1B Actief in CW met QRPP, Bert zijn specialiteit is om verbindingen te maken met vermogens ver beneden 1W, bijvoorbeeld 1mW

PA1B Actief in CW met QRPP, specialist in het maken van verbindingen met vermogens ver beneden 1W, bijvoorbeeld 1mW!

  • CW …………. 5 Watt
  • Telefonie …..10 Watt
  • FM ………….10 Watt

Het gebruik van kleinere vermogens dan het maximum wordt in de telling verwerkt. Het gebruikte uitgangsvermogen met maximaal twee cijfers achter de komma opgeven, het programma rekent niet met meer cijfers.

Omdat we een CW-gerelateerd waarderingssysteem hebben moet het vermogen, gebruikt bij een SSB- of FM-QSO, voor de waardering worden gedeeld door twee. De uitgangsvermogens worden gesplitst in vier groepen met elk hun eigen vermogensfactor.

  • Groep 1.
    Deze groep geldt voor uitgangsvermogens van meer dan 1 W tot het, voor de mode, maximum toelaatbaar QRP-vermogen.
    De vermogenswaarde voor deze groep bedraagt ‘ 1 ‘.
  • Groep 2.
    In deze groep zijn de uitgangsvermogens van meer dan 100 mW tot en met 1 Watt ondergebracht.
    De vermogenswaarde voor deze groep bedraagt ‘ 3 ‘.
  • Groep 3.
    Vermogens van meer dan 10 mWatt tot en met 100 mWatt worden in groep 3 geplaatst.
    De vermogenswaarde voor deze groep bedraagt ‘ 5 ‘.
  • Groep 4.
    Tot en met 10 mWatt wordt in groep 4 geplaatst.
    De vermogenswaarde voor deze groep bedraagt ‘ 7 ‘.

8. antenne factor
Om de diverse in gebruik zijnde antennesystemen met elkaar te kunnen vergelijken worden deze antennesystemen teruggerekend naar een 0 dB antennesysteem. Het 0 dB antennesysteem is dus het uitgangssysteem voor gebruik tijdens de Marathon. Hierdoor worden de voordelen bij gebruik van een roterende beam vergelijkbaar gemaakt aan die van een langdraad antenne. Het is niet de bedoeling om het gebruik van een beam af te straffen. Het voordeel van de richtwerking is niet in een formule te vangen en dat voordeel heeft de gebruiker dan als extra winst. Toevallig is het 0 dB antennesysteem het meest gebruikte antennesysteem bij de leden van de Benelux QRP Club. Indien je weet hoeveel de antennewinst van zijn antennesysteem bedraagt, vermeld dit dan in de kolom achter de antenne-afkorting. Als er geen antennewinst is opgegeven wordt onderstaande indeling aangehouden. De antennefactor is afhankelijk van de antennewinst (in dB) van de gebruikte antenne. De antennesystemen worden opgedeeld in drie groepen met elk hun eigen antennefactor.

  • Groep 1.
    Hierin zijn alle antennesystemen, met drie of meer stralende elementen, geplaatst met een versterkingsfactor van 6 dB en meer.
    De antennefactor voor deze groep bedraagt ‘ 1 ‘.
  • Groep 2.
    In deze groep zijn de meeste antennesystemen geplaatst die twee of meer stralende antennedelen bezitten en een versterkingsfactor bezitten dat kleiner is dan 6 dB maar groter dan 0 dB.
    De antennefactor voor deze groep bedraagt ‘ 2 ‘.
  • Groep 3.
    Deze groep bevat alle één-straler antennesystemen welke een versterkingsfactor bezitten van 0 dB zoals: Vertikaal, GPA, LWA, INV en dipool.
    De antennefactor voor deze groep bedraagt ‘ 3 ‘.
Tabel 1: QSO-waarde tabel voor HF en VHF
HF ANTENNEVERSTERKING
≥ 6 dB > 0 – < 6 dB ≤ 0 dB
1 2 3
UITGANGSVERMOGEN ≤ 10mW 7 8 9 10
>10mW t/m 100mW 5 6 7 8
>100mW t/m 1W 3 4 5 6
>1W 1 2 3 4

In deze tabel zijn de ‘Antennefactor’ en ‘Uitgangsvermogen’ verwerkt tot een QSO-waarde voor de marathon. Links staan de vier groepen QRP-uitgangsvermogens (met de waarden 1, 3, 5 en 7) waarin men kan deelnemen aan de marathon. Onder het kopje “Antenneversterking” staat de versterkingsfactor van het gebruikte antennesysteem met de antennefactoren 1, 2 en 3. In de tabel staat nu voor elke combinatie van uitgangsvermogen en antennesysteem de QSO-waarde voor de te claimen QSO’s.

Voor de VHF/UHF-amateurs moet ook de antenneplaatsingshoogte t.o.v. het maaiveld vermeld worden. Uit de bouwaanvraag is te halen wat de plaatsingshoogte van de VHF-antenne is en voor de binnenshuis gebruikers, elke woonverdieping is ca 3,6 m hoog (bovenkant vloer tot bovenkant vloer). Voor de waardering van antennesysteem en uitgangsvermogen gebruiken we eerst de HF-tabel en vervolgens de VHF/UHF-tabel voor een correctie van de antennehoogte te weten:

  • beneden de 13 m antennehoogte wordt de prefixwaarde gevonden in de HF-tabel verhoogd met 2 punten;
  • voor antennes op een hoogte van 13 tot 20 m wordt de prefixwaarde volgens de HF-tabel verhoogd met 1 punt;
  • voor antennes op een hoogte van meer dan 20 m bedraagt de verhoging volgens de HF-tabel slechts 0 punt.

Op VHF/UHF krijgt men dus een iets hoger prefixwaarde dan op HF. Dit om de beperkte hoeveelheid prefixen op VHF/UHF te compenseren.

Tabel 2: QSO-waarde tabel voor alleen VHF (dus geen combinatie HF/VHF)
VHF/UHF PWR-WAARDE VOLGENS HF-TABEL
2 3 4 5 6 7 8 9 10
ANTENNEHOOGTE > 20m 0 2 3 4 5 6 7 8 9 10
13m – 20m 1 3 4 5 6 7 8 9 10 11
t/m 13m 2 4 5 6 7 8 9 10 11 12

Links staan de drie antennehoogtegroepen (met de waarden 0, 1 en 2) waarin men kan deelnemen aan de marathon. Onder het kopje “PWR-waarde volgens HF-Tabel” staat de in tabel 1 gevonden QSO-waarde. In de tabel staan nu voor elke combinatie antennehoogte en QSO-waarde de VHF-QSO-waarde voor de te claimen QSO’s.

9. telling en totaaltelling
Onderaan elk logblad aangeven het aantal geclaimde prefixen, het aantal geclaimde landen, de som van de QSO-punten en het bandtotaal. Elke geclaimde prefix heeft een waarde (QSO-punt) gevormd uit de som van de vermogenswaarde en de antennefactor. Elk gewerkt, cq gehoord DXCC-land telt voor 1 landenpunt. Het bandtotaal is de som van de prefixpunten vermenigvuldigt met de som van de landenpunten van de bewuste band. Het activiteitstotaal wordt de som van de prefixpunten van alle frequentiebanden vermenigvuldigd met de som van de landenpunten van alle frequentiebanden.

Voor VHF/UHF-amateurs geldt elk DXCC-land en elk groot locatorvak (bv.: JO21) voor 1 landenpunt. Bandtotaal als bij de HF-klasse. De totaaltelling is de som van de prefixpunten vermenigvuldigt met de som van de landenpunten.

10. looptijd
De Marathon start op 1 juli en eindigt op 30 juni van het daaropvolgende jaar. Teneinde de definitieve stand te kunnen bepalen vóór de bijeenkomst op de QRP-dag in september, moeten de laatste deelnamelogs uiterlijk in de tweede week van augustus ontvangen zijn. Latere inzendingen kunnen niet meer verwerkt worden voor publicatie in de Nieuwsbrief van september en honorering van de winnaars tijdens onze jaarlijkse bijeenkomst! Zowel voor de manager als de deelnemers is het aan te bevelen de inzendingen regelmatig te doen plaatsvinden. Alle logs moeten binnen zijn vóór de eerste van de maanden februari, mei, augustus en november. Later ontvangen logs blijven liggen tot de volgende bewerking van de ontvangen logs.

11. algemeen
Deelname aan de Marathon, ook tijdens contesten, is toegestaan binnen het kader van de door het Agentschap Telecom (Min. EZ) verstrekte vergunning. QSO’s gemaakt onder /A, /P, /M, /AM, /MM en / of relais-QSO’s zijn eveneens geldig.

Als men deelneemt in de HF/VHF/UHF-klasse dan tellen de locatorvakken niet, die zijn expliciet alleen voor de VHF/UHF-klasse.

Marathon-log regelmatig insturen naar Fred, pa1fj@kpnmail.nl

[1] Indien een eerder geclaimde prefix later weer gewerkt wordt in een lagere vermogensklasse en/of andere antennefactor, dan mag deze, onder vermelding van gebruikt vermogen en antennefactor, nogmaals geclaimd worden. Het verwerkingsprogramma van de manager zorgt dan dat het puntenverschil bij de totaaltelling wordt opgeteld. Als men deelneemt in de HF/VHF/UHF-klasse dan tellen de locatorvakken niet. De locatorvakken zijn expliciet alléén voor de VHF/UHF-klasse.

[2] Indien alle verbindingen met slechts één uitgangsvermogen en/of één antennesysteem gemaakt zijn dan behoeft dat niet eindeloos herhaald te worden. Slechts eenmalig opgeven per inzending volstaat dan.[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row]